7 to 12 total 607
Ferdinand Hart Nibbrig
(Amsterdam 1866-1915 Hilversum)
’Hij heeft geschilderd zooals een vogel zingt, zooals een jongen fluit op weg naar werk in den zomermorgen:omdat hij het niet laten kon. De schilder was één met den mensch.’
Ferdinand Hart Nibbrig werd geboren op 5 April 1866 op de Bloemgracht te Amsterdam. Van kind af aan werd Nibbrig gestimuleerd om als kunstenaar te gaan werken. Zijn grootvader, de heer Hart, was bevriend met de kunstenaar Greive jr. en Lingemans. Ferdinand Hart Nibbrig tekende graag de paarden op de manege van zijn grootvader. De Greive jr. zag het werk van de zeven jarige en raadde Ferdinands vader aan om hem op tekenles te sturen bij de zeeschilder J.A. Rust( ). Zo kreeg Ferdinand Hart Nibbrig thuis tekenles en kopieerde hij in zijn vrije uurtjes prentjes. Op school ging het Nibbrig slechter af. Hij maakte zo weinig vorderingen dat zijn ouders hem naar een particuliere school stuurde. Ook deze had geen baad want het enige waar Nibbrig iets mee presteerde was naast tekenen, wiskunde. Van deze particuliere school kreeg Nibbrig het advies om naar de Quillinusschool de opleiding tot architect te gaan volgen. Twee jaar deed Nibbrig toelating op de Rijksacademie voor Beeldende kunsten te Amsterdam maar werd afgewezen. Een jaar later werd hij alsnog toegelaten. Al snel maakte hij vrienden met twee van zijn klasgenoten van Rappart en Breitner. Na zijn academietijd in 1888 ging Nibbrig naar Parijs waar hij lessen volgde aan de Academie Julien. ‘Ging op 22 jarige leeftijd naar parijs. was een jaar werken op de academie Julien waar ik het genoegen had, eenigen uren van de grooten Leférre gecorrigeerd te worden. het welk een (?) misschien indruk op zijn ziel achtergelaten heeft. Hier had hij het niet naar zijn zin en vertrok naar academie/atelier Cormon waar hij als beste leerling een prijs van 100 fransc won. In Parijs zag Nibbrig het werk van onder andere Claude Monet en Pisarro. Hij was bevriend met Theo van Gogh en via hem leerde hij het werk van diens broer Vincent kennen. In Juli 1889 keerde Nibbrig weer terug naar Nederland, vermoedelijk voor de begrafenis van zijn jongere zusje Christina Anna.(1879-1889). Terug in Nederland huurde hij het oude atelier van Jozef Israels aan de Rozengracht. Dit atelier hield hij vier jaar vast maar hij werkte er hoofdzakelijk in de winter. Types uit de Jordaan en Jodenbuurt waren zijn favoriete modellen. Hij schilderde hen in een impressionistische stijl met rembrandtachtige belichting. Daarnaast bezocht hij de avondlessen aan de Rijksacademie samen met zijn vriend Roland Holst. In de zomer trok Nibbrig op advies van zijn vriend Simon Moulijn, naar meer landelijk gelegen plaatsen als Laren, Bennekom, en Eemnes. In 1892 verbleef hij zelfs enige maanden in het Gooi. In Eemnes deelde hij samen met Sisigbert Bosch Reitz en Richard Roland Holst een atelier. Hier schilderde Nibbrig binnenhuizen en boerentypes in bruine kleuren. Totdat hij een keer volgens Johan Gosschalk in 1892 langs een bollenveld in Bennekom fietste. De kleurige velden maakte zo,n indruk op Nibbrig dat hij heel zijn palet veranderde. Simon Moulijn meende dat Hart Nibbrig in 1890 al de fietstocht heeft gemaakt.:’nooit zal ik de opgetogenheid van Nibbrig vergeten toen hij daar, eigenlijk voor het eerst in zijn leven, dat mooie zonnige land zag.’ Bij het zien van dit landschap wilde Nibbrig geen tijd verloren laten gaan om ‘oude zware academietoon in de klare buitenkleuren’ om te zetten. Zijn schilderijen hebb en thema,s uit de directe omgeving en zijn licht van kleur. Vanaf de jaren negentig ontstaat er een splitsing in het werk van Nibbrig. Zijn portretten worden steeds meer stilistisch terwijl zijn landschappen steeds meer pointillistisch worden. Kunstenaars die zich in Laren vestigden zijn bekent om hun romantische kijk op binnenhuisjes en het boerenleven. Hart Nibbrig schilderde ook deze thema,s maar dan op een meer realistische wijze. Nibbrig schilderde naast de landschappen vooral symbolische onderwerpen zoals liefde, levensgeluk, en groeikracht. Maar ook nuchtere portretten van armen, gebochelden, wildstropers, bedelaars, geestelijk gehandicapten, zwakzinnigen behoren tot zijn oeuvre. In 1895 liet Nibbrig samen met Johanna Bartruida Moltzer (1869-1957), waarmee hij net getrouwd was, in Laren het huis de Olmenhove bouwen.
Dit werk is een voorstudie voor het belangrijke schilderij Oogstmaand uit 1894 waarin Hart Nibbrig voor het eerst werkte in een min of meer pointillistische techniek. Dominique Coolen schrijft hierover in de catalogus van het Singer Museum: ‘Hart Nibbrig combineerde heldere, ongemengde kleuren als blauw, groen, geel en oranje. Waar gemengde kleuren nodig waren, zoals in de voorgrond en in de achterste bomenpartij, zette hij verschillende gekleurde streepjes naast elkaar. Het is nog geen echte pointillé, maar toont wel de nadruk van Hart Nibbrig op de techniek. Hart Nibbrig bereidde Oogstmaand zorgvuldig voor. Een aantal minder uitgewerkte studies, zoals Twee Larense boeren en Tuinman in tuin met zonnebloemen, heft een minder lineair karakter en een dikkere opgebrachte verfstructuur. Alsof hij aan wilde geven dat hij met het werk oogstmaand een nieuwe fase begon in zijn schilderkunst, signeerde hij niet langer met zijn volledige naam met in schoolschrift aandoende letters, maar met een monogram.’
Oogstmaand staat afgebeeld op het omslag van de catalogus van het Singer Museum in 1996.
Ferdinand Hart Nibbrig
(Amsterdam 1866-1915 Hilversum)
’Hij heeft geschilderd zooals een vogel zingt, zooals een jongen fluit op weg naar werk in den zomermorgen:omdat hij het niet laten kon. De schilder was één met den...
Over Jan Wiegers (Kommerzijl 1893-1959 Amsterdam):
Jan Wiegers was lid van de Groninger Ploeg. Hij studeerde aan de academies te Rotterdam, Den Haag en Groningen. Gedurende zijn verblijf in Davos (Oost-Zwitserland) aan het begin van de jaren twintig, werd Wiegers beïnvloed door het werk van kunstenaars van ‘Die Brücke’, zoals Ernst Ludwig Kirchner. Dit kwam tot uiting in zijn kleurgebruik en zijn soepele penseeltechniek. Werken van Wiegers bevinden zich in het Stedelijk Museum (Amsterdam), Haags Gemeentemuseum, Museum voor Stad en Lande (Groningen).
Jan Wiegers was member of the dutch Fauvistic-Expressionistic movement ‘De Ploeg’ of North-Netherlandish artists (Province of Groningen). Studied at the academies in Rotterdam, The Hague and Groningen. During his stay in Davos in the early twenties, Wiegers was influenced by the German expressionists as Ernst Ludwig Kirchner of ‘Die Brücke’. This can been seen in his use of colours and his smooth brushtechnique. Works of Jan Wiegers can be found in the Stedelijk Museum (Amsterdam), Haags Gemeentemuseum, Museum voor Stad en Lande (Groningen).
Over Jan Wiegers (Kommerzijl 1893-1959 Amsterdam):
Jan Wiegers was lid van de Groninger Ploeg. Hij studeerde aan de academies te Rotterdam, Den Haag en Groningen. Gedurende zijn verblijf in Davos (Oost-Zwitserland) aan het...
Provenance:
Georges Giroux, Brussel, 1919; Louis Manteau, 1928; Joseph M.B. Gutmann Galeries, inv nr 81787B24; Collection Galerie d'Huysser
Exhibited:
Georges Giroux, Brussel, L'avenir Salon Annuel, 5-I/17-I 1918; Galerie Contact, Gent, 1931; Galerie Apollo, Brussel, 11-IV/23-IV 1942
Literature:
Serge Goyens de Heusch, Het impressionisme en het Fauvisme in Belgie, page 357, ill.
Provenance:
Georges Giroux, Brussel, 1919; Louis Manteau, 1928; Joseph M.B. Gutmann Galeries, inv nr 81787B24; Collection Galerie d'Huysser
Exhibited:
Georges Giroux, Brussel, L'avenir Salon Annuel, 5-I/17-I 1918; Galerie...
Over George Hendrik Breitner (Rotterdam 1857-1923 Amsterdam):
G.H. Breitner geldt als een van Nederlands’ meest getalenteerde kunstenaars, die zeer gerespecteerd werd door zijn tijdgenoten. De annotatie van Kees Maks op het werk van Breitner (verso) getuigt van het hoge aanzien dat Breitner onder collegakunstenaars genoot:
‘Dit paneeltje hoog 0.20 m x 0.30 m. breed voorstellend een ontkleede jonge vrouw met zwarte kousen aan en dito doek over het hoofd liggend op sofa met oranje en gedeeltelijk witte […] is geschilderd door G.H. Breitner, die het mij gaf met de woorden “Zoo moet je schilderen.” K. Maks’
Breitner studeerde aan de academies in Den Haag en Amsterdam en ontwikkelde zich tot de belangrijkste schilder van de Amsterdamse impressionisten. Hij koos zijn thema’s uit het dagelijkse stadsleven, stadsgezichten en de cavalerie. Met krachtige streken bracht hij zijn voorstellingen op in stemmige bruintinten. Breitner ontving verscheidene onderscheidingen en medailles en zijn werk hangt in de grote Nederlandse musea, waaronder het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum (Amsterdam).
Over George Hendrik Breitner (Rotterdam 1857-1923 Amsterdam):
G.H. Breitner geldt als een van Nederlands’ meest getalenteerde kunstenaars, die zeer gerespecteerd werd door zijn tijdgenoten. De annotatie van Kees Maks op het...
Over Antonius Bernardus (Toon) Kelder (Rotterdam 1894-1973 Den Haag):
Toon Kelder beoefende een beperkt aantal stijlen, maar had een zeer gevarieerde onderwerpskeuze. Zijn werk sloeg al snel bij een groot publiek aan, en in 1925 had hij zijn eerste grote tentoonstelling in het Van Abbemuseum te Eindhoven. Zoals veel avontuurlijke jonge kunstenaars, bezocht Kelder de vooraanstaande Europese kunstcentra om inspiratie op te doen: Parijs, Londen, Venetië en Brussel. Hij deed dat al op een betrekkelijk jonge leeftijd – direct nadat de Eerste Wereldoorlog was afgelopen en er weer zorgeloos kon worden gereisd. Aanvankelijk werd Kelder beïnvloed door het luminisme, maar later zou hij zich tot ‘colorist’ ontwikkelen. Hij koos stillevens, maar ook het dagelijks leven als onderwerp, geplaatst in een dromerige context. Daarnaast maakte hij vele naakten. In de jaren twintig drong er iets van het kubisme van Leo Gestel (1881-1941) in zijn werk, maar Kelder zou zich ontwikkelen als een meester van de zachte vormen.
Als portrettist vereeuwigde Kelder vele vooraanstaande tijdgenoten, zoals Johan Huizinga en Jan Toorop.
Over Antonius Bernardus (Toon) Kelder (Rotterdam 1894-1973 Den Haag):
Toon Kelder beoefende een beperkt aantal stijlen, maar had een zeer gevarieerde onderwerpskeuze. Zijn werk sloeg al snel bij een groot publiek aan, en in 1925...





