Gallery CollectionArtistsNewsJan Toorop Kunsthandel Studio 2000Highlights  Kunsthandel Studio 2000Expositie en tentoonstellingen bij Kunsthandel Studio 2000

Dirk Nijland

Jan Toorop, Aan Dirk Nijland

 

Een van de vroege verzamelaars van het werk van Jan Toorop was de vader van de latere schilder en graficus Dirk Hidde Nijland (1881-1955). Nijlands vader was door zijn huwelijk met Adriana Volker in de gunstige positie om al jong te gaan rentenieren. Uiteindelijk omvatte de collectie van Nijland senior tevens zo’n honderd tekeningen van Vincent van Gogh (1853-1890), die na verloop van tijd terechtkwamen in de collectie van Helene Kröller-Müller.

 

Het familievermogen, afkomstig uit het scheepsbouw- en baggerbedrijf, stelde de jonge Dirk een onbezorgde toekomst in het vooruitzicht. Hij maakte de HBS niet af en kreeg door bemiddeling van zijn vader op vijftienjarige leeftijd een plaats op het atelier van Antoon Derkinderen (1859-1925). Samen met zijn medeleerlingen Theo Goedvriend (1879-

1969) en Toon de Jong (1879-1978) hielp Nijland mee de tweede serie van Derkinderens befaamde Bossche wanden te voltooien. Daarna bezocht Nijland de Rijksschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam en aansluitend volgde hij lessen aan de academie te Rotterdam. De jonge student was echter te ongeduldig om zijn opleiding af te maken. Als vrij kunstenaar vormde hij zich dus grotendeels zelf. Door het contact van de familie met Toorop werkte Nijland tussen 1890 en 1892 met zekere regelmaat te Katwijk. Na zijn huwelijk in 1900 met de Brusselse Maria Gijsbertha van der Meer de Walcheren vestigde hij zich eerst in de Belgische hoofdstad, in 1902 te Parijs en 1903 te Florence. In deze tijd koos hij eigentijdse thema’s, die hij in een neo-impressionistische wijze uitvoerde, zoals Spoorwegemplacement dat omstreeks 1902 ontstond (niet afgebeeld).

 

Vanaf 1905 kwam de kunstenaar definitief terug naar Nederland. Hij werkte korte tijd in Monnikendam, maar vestigde zich al spoedig te Rhoon onder Rotterdam (IJsselmonde). Hier bewoonde hij tot 1918 het naar zijn vrouw vernoemde huis Mariahoeve, gebouwd door de architect H. van der Kloot Meyburg. Daarna verhuisde hij naar Wassenaar. In het Rose Huisje aan de Jagerslaan, door M.J. Granpré Molière gebouwd, werden vele kunstvrienden ontvangen. Daaronder bevonden zich de schilder Paul Arntzenius (1883-1965), lithograaf Rudolf Bremmer (1900-1993), dichter Martinus Nijhoff (1894-1953), karikaturalist Cornelis Veth (1880-1962), schrijver Herman de Man (1898-1946), beeldhouwer John Rädecker (1885-1956) en schilderes Charley Toorop (1891-1955).

 

Hoewel Nijland wel geëxperimenteerd heeft met divisionistische en stippel-technieken, bleef hij aanvankelijk trouw aan het palet van de Tachtigers. Echte kleurvernieuwingen zien we bij hem voor de jaren dertig niet. Hij keerde ook in het eerste decennium van de twintigste eeuw weer terug naar een grotere vormvastheid. Vanuit deze optiek bezien heeft de kunsthistoricus Blotkamp terecht gewezen op Nijlands werk als verbindende schakel tussen het realisme van kunstenaars als Floris Verster (1861-1927) en het nieuwe realisme dat zich in de jaren twintig manifesteerde.

Zuid-Hollands polderlandschap (Rhoon) is bij uitstek een werk dat voldoet aan deze karakteristieken (p.14). Nijland koos voornamelijk bruinen. Stilistisch gezien keert hij echter terug naar het naturalisme, zonder dat hij met zijn penseelvoering nadert tot het foto-realisme, zoals hij dat doet in de jaren dertig. Integendeel, in dit werk speelde hij bewust met het perspectief en de lijnen in de compositie, waardoor een verstilde en enigszins bovenzintuiglijke sfeer ontstaat.