De Rotterdamse schilder en tekenaar Maximiliaan Louis (Henk) Maas (1924-2005) groeide op bij zijn moeder en stiefvader, die lijstenmaker en kunsthandelaar was. Zijn moeder was van Joods-Portugese afkomst. Om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz dook Maas in de Tweede Wereldoorlog onder. Aan het einde van de oorlog werd hij toch opgepakt en te werk gesteld in een werkkamp in Duitsland. Hij raakte hier geblesseerd aan zijn voet, waardoor hij de rest van zijn leven een lichte handicap had.
Maas' stiefvader had hem het vak van restaurateur en lijstenmaker geleerd. Na de oorlog genoot Maas zijn opleiding aan de Rotterdamse kunstacademie, met studiegenoten als Daan den Dikkenboer, Charles Kemper, Kees Fransen, Wim Motz, Bob Zijlmans, Louis van Roode, Gust Romein, Jan Burgerhout, Jan Goedhart en Ru de Gier. Hiernaast zou Maas een leerling zijn geweest van de Haarlemse schilder Henri Frédéric Boot.
Henk Maas stond bekend als een zeer sociale man, die allesbehalve commercieel was ingesteld. Hij praatte graag over zijn werk, maar was niet gedreven om zijn werk te verkopen. Voor de moderne naoorlogse kunst in de jaren vijftig was nauwelijks een markt, en Maas leverde voornamelijk schilderijen aan de voorloper van de contraprestatie. Maas had een atelier in de Oranjeboomstraat. Hij verdiende zijn inkomen voornamelijk met de handel in schilderijen en als restaurator. Hij had geen galerie, en hij verhandelde zijn werk binnen zijn relatiekring.
Een groot deel van het klassieke academische werk dat Maas na de oorlog maakte, voornamelijk stillevens, bevindt zich in de rijkscollectie. In de tweede helft van de jaren vijftig ging Maas abstract werken, zoals veel Rotterdamse kunstenaars die elkaar op de academie hadden ontmoet. Maas ontwikkelde een eigen, abstract-geometrische stijl. In de jaren zestig werkte hij in een abstract-expressionistische stijl.
Via contacten met Rotterdamse schilders leerde Henk Maas Willem de Kooning kennen. De twee Rotterdammers hielden contact, ook toen De Kooning succesvol werd in Amerika. Maas' werk vertoont misschien overeenkomsten met het Amerikaanse abstract expressionisme, maar of er sprake is van een rechtstreekse invloed, is niet bekend.
Na de jaren zestig hield Maas zich vooral bezig met restauratiewerk voor anderen, en in de jaren zeventig stopte Maas met het vrije schilderen.
Henk Maas staat bekend als een groot kenner van de schilderkunst. Hij bekeek schilderijen met het oog van een kunstenaar, maar had ook kunsthistorische kennis. Toen Maas kunst ging verzamelen, had hij beperkte financiële mogelijkheden. Hierdoor bouwde hij een collectie op met werken die in die tijd niet veel kostten, maar wel van grote kwaliteit waren. Zo kocht Maas werk van Israëls aan, toen dat nog voor een bescheiden bedrag te koop was. Maas had een voorliefde voor de Amsterdamse impressionisten, en was vooral een groot bewonderaar van Breitner.
Hoewel de wens van Maas was om een eigen galerie te stichten, is hij hier, onder meer door de ziekte van zijn vriendin Geertruida (Truus) Solleveld, nooit aan toe gekomen. Hierdoor liet Maas een grote collectie schilderijen na.


